
Je hebt ochtendmensen en avondmensen. Niet behorend tot de laatste categorie sta ik met kleine oogjes op om een half uur later de tas met alle spullen achterop de fiets te zwaaien. Mijn tweede grotere toertocht: de Weerribben. Dit keer ook aan een drinkfles gedacht, hopelijk niets anders vergeten; zwemvest, regenjack, reservekleding, handdoek, extra reservekleding (you never know), brood, en uiteraard, het belangrijkste van alles, nooit vergeten, nog net niet heilig verklaard: spanbanden.
Als ik 5 minuten voor de afgesproken verzameltijd (8 uur) aankom, liggen de eerste kajaks al op de aanhanger en word ik vrijwel direct door Bart en Lody aangespoord ook een kajak te zoeken, en een peddel, en waar zijn mijn spanbanden? Er is kennelijk grote haast geboden.
Tips en kleine discussies over het gebruik van de spanbanden en de beste ligging van de boten worden uitgewisseld terwijl mensen over en onder elkaar doorkruipen om alle 9 kajaks goed op de kar te snoeren, zonder ze te kraken. Uiteindelijk zal dit nog tot 8:40 u duren. De temperatuur begint al op te lopen en het belooft een prachtige dag te worden.
De rit van 5 kwartier geeft de kans om nader kennis te maken met chauffeur Roeland en met Anke, die achterin zit en niet best geslapen heeft, maar geleidelijk wat bij lijkt te komen. Het is een mooie formule: samen op pad, gesprekjes over van alles en nog wat met wisselende mensen en iets gezamenlijks en ook wel uitdagends doen.
Aangekomen bij recreatiecentrum De Kluft bij Ossenzijl de kajaks eraf, zonnebrand, zwemvest, dat malle kunststof rokje aan en tegen 10 uur een voor een het water op, langs een prettige steiger. Vasthouden of niet nodig? Elegant instappen of ploffen? Zijdelings wordt er best op elkaar gelet en worden helpende handen toegestoken tot we allemaal klaar liggen voor vertrek op een tocht van 25 km door het laagveen moerasgebied.
Het is voor mij een onbekende North Shore met de naam Roy de Brouwer erop, zoals ik later begrijp nadat er verschillende keren “hee, Bob de Bouwer” is geroepen. Ik vind het zitje niet echt lekker zitten, maar vooruit maar. Al na een paar afslagen komen we in sprookjesachtige vaartjes terecht, met berken, wilgen en struiken met overhangende bloeiende takken die schitterend verdubbelen in het water. De Nederlandse Everglades. Vele foto’s worden gemaakt en iedereen wacht geduldig en grappend tot ik ook mijn mobiel uit de zak heb gefrommeld – ze hebben ook geen keus, want ik lig voorop dwars op het water.
We zijn een divers gezelschap van 50’ers en 60’ers. Relatieve nieuwkomer Hendrika is als tiende deelneemster door een misverstand al vooruit gereisd. Zij moet haar huid tegen zon beschermen en soms lijkt ons gezelschap op een prinses die incognito een experimentele kajak in drie-delen bestuurt, begeleid door agenten van de FBI (Bart, Roeland, Hermien en Lody), Indiana Jones (Karin?) en verdere staf (Anke, Yris, Margreeth en Tonny).
De werkelijkheid is prozaïscher maar niet minder boeiend. Niets is leuker dan af en toe een eindje met deze en gene op te varen en gesprekjes aan te knopen. Bijvoorbeeld over het ontspannen van je benen tijdens de tocht (Lody), de ingrediënten van babymelk (Roeland), tips voor pensioengangers (Bart) en zo meer.
Ondertussen begint mijn onderrug op te spelen; met mijn buikspieren houd ik me telkens overeind. Hendrika kijkt mee en ziet dat ik half op de ruggensteun zit. In de pauze bij Café Muggenbeet helpt ze de steunband te verstellen. Fijn!
Het is druk op het ruime terras maar Margreeth heeft een tafel voor 10 geregeld en iedereen doet zich tegoed aan haar of zijn bestelling, die varieert van bier tot koffie en van soep tot pannenkoek. Sommigen gaan even languit in het gras en ook mijn rug vindt dat fijn. Ondertussen leggen verschillende bootjes aan bij de kade. De zon is weldadig en er wordt leuk gekeuveld.
Dan is een belangrijk keuzemoment aangebroken: “de lange route” terug, over het Giethoornse Meer of “de korte”, waarbij de kajak overgedragen moet worden? Ik kies met een groepje voor de korte. Even later ligt het stoere ‘lange groepje’ ons al op te wachten in de sloot waar we op uitkomen en bleek het verschil maar een paar honderd meter te zijn.
Een kilometer of 5 verder beginnen mijn zitproblemen terug te komen en heb ik toenemende stress in mijn heupen, buikspieren en voorvoeten op de steunen. Ik begin mijn boot, met de wat mij betreft volstrekt misleidende naam ”Flierefluiter 2”, te verwensen, terwijl ik dapper doorpeddel. Roeland geeft me even later wat waardevolle peddeltips: de peddel naar voren duwen met je andere hand en je benen en romp goed inzetten. Oh ja, dat was ook zo! De resterend tocht scheelt dit inderdaad wel wat kracht en energie.
Toch ben ik al vermoeid en beurs geraakt en verbaas me hoe die andere peddelaars nergens last van schijnen te hebben – of.. is dat zo? Desgevraagd worden links en rechts beginnende medische klachten toegegeven. Gelukkig. ”Er mag best gekreund worden” besluiten we. Toch zijn er ook die-hards die geen krimp geven en de indruk geven nog wel 20 km aan te kunnen. Nou, ik niet. Hoe ver is het nog? Dit blijft de meest vaag beantwoorde vraag: “nou, tweede afslag links en dan is het niet ver meer” “na paal 5 nog maar een klein stukje”. Telkens varen we langs mijn gedroomde eindpunt en ik eis dat dit op zijn minst karaktervormend is.
Eindelijk doemt daar de steiger op en hijst men de toch wel stramme en getergde lijven een voor een uit de kajaks, en ja, ook hier is enig kreunen niet van de lucht; we zijn geen 20 meer. Deze gedeelde zoete smart, samen met de melding van de gevaren afstand – 26,14 km –werkt toch meteen als een genoegdoening. We hebben dit toch maar gedaan met zijn allen.
Yris had een zelfgebakken cake waarvan ze stukjes uitdeelde die goddelijk smaakten. We besluiten, als de kajaks weer strak op de kar liggen nog even wat de gaan drinken. En ook hier is weer een tafel voor 10 vrijgehouden– de toerorganisatie is echt top. Yris is zo lief mijn nek even te masseren, een zeldzaam genoegen, dat goed doet.
Sommige vaarders bestellen een biertje en al snel merken we het effect daarvan o.a. als Karin om moeilijk te volgen redenen een foto onder de tafel van Barts benen maakt die ze vervolgens toont aan de tafelgenoten en drie minuten niet bijkomt van het lachen. De sfeer is goed, er komen bitterballen en even later nog frietjes, want eigenlijk is het te laat om thuis nog te eten. Bart houdt zijn reputatie van ijsliefhebber hoog en dan stappen we moe maar voldaan weer in de auto’s voor een heerlijk rozige rit terug naar DKV, waar pas na 21 uur de boten weer op de balken liggen. Mijn kleine pijntjes betekenen niets meer; het was een schitterende dag.
Tonny









